Een selectie moppen uit de moppentrommel

Ogen dicht

Een meisje komt een politiebureau binnen rennen om aangifte te doen van een aanranding.
'Ik was aan het wandelen in het park en toen sprong er een kerel op me af die me een tongzoen gaf.' griezelt het meisje.
De dienstdoende agent vraagt daarop zakelijk of ze een beschrijving kan geven van de man.
'Sorry, meneer ik zou niet weten hoe hij er uitziet. Ik doe altijd mijn ogen dicht als ik gekust wordt.'

Een politie-agent laat een dom blondje stoppen omdat ze te snel reed.

Een politie-agent laat een dom blondje stoppen omdat ze te snel reed en vraagt vriendelijk of hij haar rijbewijs mag zien.
Met een diepe zucht, antwoordt ze: "Jongens, toch, jullie zouden je toch wat beter moeten organiseren. Vorige week hebben jullie mijn rijbewijs ingetrokken, en nu wil je dat ik je het laat zien?"

Een programmeur sterft

Een programmeur sterft en verschijnt voor het comité dat moet beslissen of hij naar de hemel of naar de hel zal gaan. De engel die het comité voorzit zegt tegen de programmeur dat hij ook zelf mee kan beslissen en vraagt hem of hij de hel of de hemel wil zien vooraleer hij zijn voorkeur kenbaar maakt.
“Natuurlijk”, zegt de programmeur, “de hemel kan ik me wel enigszins voorstellen, dus toon me de hel maar.” Daarop neemt de engel de programmeur mee naar een zonnig strand vol prachtige vrouwen in minscule bikini’s. Iedereen drinkt er cocktails en luistert naar vrolijke muziek. “Wow”, zegt de programmeur, “als dit de hel is, geef mij dan maar de hel.”
Nog geen seconde later wordt hij overgeflitst naar een duistere grot met woest kolkende lava en duivels die met drietanden in zijn billen prikken. “Wacht even”, zegt de programmeur, “waar is het strand en waar zijn de meisjes in bikini naartoe?”
“Dat was de demoversie die je gezien hebt”, zegt de engel en hij gaat ervandoor.

Een vrouw gaat op de kermis bij een waarzegster op bezoek

Een vrouw gaat op de kermis bij een waarzegster op bezoek.
Deze kijkt in haar glazen bol en verstard: 'Mevrouw, het spijt me enorm, maar uw man zal binnenkort op gruwelijke wijze om het leven komen.'
'Dat weet ik zelf ook wel,' zegt de vrouw. 'Ik wil alleen maar weten of ik vrijgesproken zal worden.'

Drie nonnen gaan biechten bij de pastoor

Drie nonnen gaan biechten bij de pastoor.
'Meneer pastoor, ik heb een penis gezien.' zegt de eerste.
'Ga je ogen wassen en toon berouw.'
De tweede biecht op dat ze eenpenis in haar handen heeft gehad.
'Ga je handen wassen en toon berouw.'
Dan hoort de pastoor de derde non het biechthok uitlopen. 'Wat gaat u doen?' vraagt hij.
'Ik ga mijn mond spoelen en berouw tonen.'

Krentenbrood

Een vertegenwoordiger heeft pech met zijn auto. Hij belt aan bij een boerderij en vraagt of hij daar mag overnachten. De boerin gaat akkoord en brengt hem naar zijn kamer.
'Meneer,' waarschuwt ze hem. 'Ik heb geen geheimen voor u maar ik heb liever niet dat u in de kelder komt.'
De man vindt het prima als hij maar een bed heeft. Midden in de nacht wordt hij echter wakker met een enorme honger. Hij kruipt zijn bed uit en gaat naar de keuken. Daar vindt hij niks te eten en hij besluit toch even een kijkje in de kelder te gaan nemen. Daar ligt een heel groot krentenbrood op tafel en voorzichtig plukt hij de krenten eruit en eet ze op.
De volgende ochtend wordt hij wakker en gaat naar beneden.
'Het spijt me meneer,' zegt de boerin. 'Ik kan u geen ontbijt aanbieden, ik heb niks te eten in huis.'
De vertegenwoordiger kijkt haar verbaasd aan en zegt brutaal: 'Niks te eten, u bent ook gierig. Er ligt nog een heel krentenbrood in de kelder.'
'Meneer, dat is geen krentenbrood, dat is mijn man die aan de pokken gestorven is.'

Tijdens de rekenles probeert de leraar de kinderen het optellen uit te leggen

Tijdens de rekenles probeert de leraar de kinderen het optellen uit te leggen: 'Als ik drie eieren op de lessenaar leg en jij legt er nog brie eieren bij, hoeveel eieren liggen er dan samen?'
Leerling: 'Dat weet ik niet, ik kan namelijk geen eieren leggen.'

Een familie is op vakantie in een dorpje in Frankrijk

Een familie is op vakantie in een dorpje in Frankrijk. Ze treffen het niet want vanaf de dag van aankomst regent het pijpenstelen. Als ze al zes dagen in hun hotel verblijven, wordt iedereen wat vervelend en chagrijnig. Op een gegeven moment wijst de jongste naar buiten.
'Vader kijk wat doet die man daar?'
'Lopen, dat zie je toch.'
'Maar wat draagt die man dan?'
'Die draagt hout,' antwoordt de vader kribbig.
'Waarom dan?' zeurt het jongentje.
'Zit niet zo te zeuren, zoon,' barst de vader uit. 'Die man gaat natuurlijk een ark bouwen.'