Een selectie moppen uit de moppentrommel

Overval

Een man met een pistool liep de Rabobank binnen en commandeerde: "Gooi al het geld, biljetten groot & klein en munten in deze grote papieren zak!"
Toen de zak met geld gevuld was draaide de rover zich om naar een man in de rij en vroeg: "Heb jij gezien dat ik deze bank beroofde?"

De man antwoorde: "Wel zeker heb ik het gezien!"

De rover schoot de man DOOD.

Toen draaide hij zich om naar een stel in de rij en vroeg aan de man:"Heb jij gezien dat ik deze bank beroofde?"

De man antwoorde: "Nee meneer ik niet maar mijn VROUW wel!"

Hoe heette de vroegere heerser van Rusland

Leraar tijdens de geschiedenisles. 'Hoe heette de vroegere heerser van Rusland, Peter?'
Peter: 'Tsaar.'
Leraar: 'Heel goed, maar weet je ook hoe zijn vrouw genoemd werd?'
Peter: 'Tsarina.'
Leraar: 'Uitstekend jongen. En hun kinderen.'
Peter: 'Tsaardientjes, meneer.'

De Boodschap aan Maria

De godsdienstleraar vertelt de kinderen over de Boodschap aan Maria:
'Maria zat in haar huis, toen plotseling de deur openging en wie kwam daar met twee lange, witte vleugels binnenstappen?'
'Ik weet het al, ik weet het al,' roept een oplettend meisje. 'De ooievaar.'

Pierre staat vol belangstelling te kijken naar het nieuwe aquarium

Pierre staat vol belangstelling te kijken naar het nieuwe aquarium dat zijn ouders net aangeschaft hebben.
'Mam, groeien vissen eigenlijk snel?'
'Vraag dat maar aan je vader. Die heeft vorig jaar een snoek gevangen en elke keer als hij dat verhaal vertelt, wordt de vis drie centimeter langer.'

Een alcoholist en een playboy zijn geweigerd bij de hemelpoort

Een alcoholist en een playboy zijn geweigerd bij de hemelpoort en staan nu voor de poort van de hel. Bij binnenkomst krijgt de alcoholist een biervat in zijn handen gedrukt en de playboy een
vrouw naar zich toegeschoven.
Verbaasd zeggen de heren tegen elkaar: 'Die hel is helemaal zo gek nog niet.'
Waarop de duivel lachend antwoordt: 'Dat hadden jullie gedacht. In dat vat zit een gat en in de vrouw niet.'

Krentenbrood

Een vertegenwoordiger heeft pech met zijn auto. Hij belt aan bij een boerderij en vraagt of hij daar mag overnachten. De boerin gaat akkoord en brengt hem naar zijn kamer.
'Meneer,' waarschuwt ze hem. 'Ik heb geen geheimen voor u maar ik heb liever niet dat u in de kelder komt.'
De man vindt het prima als hij maar een bed heeft. Midden in de nacht wordt hij echter wakker met een enorme honger. Hij kruipt zijn bed uit en gaat naar de keuken. Daar vindt hij niks te eten en hij besluit toch even een kijkje in de kelder te gaan nemen. Daar ligt een heel groot krentenbrood op tafel en voorzichtig plukt hij de krenten eruit en eet ze op.
De volgende ochtend wordt hij wakker en gaat naar beneden.
'Het spijt me meneer,' zegt de boerin. 'Ik kan u geen ontbijt aanbieden, ik heb niks te eten in huis.'
De vertegenwoordiger kijkt haar verbaasd aan en zegt brutaal: 'Niks te eten, u bent ook gierig. Er ligt nog een heel krentenbrood in de kelder.'
'Meneer, dat is geen krentenbrood, dat is mijn man die aan de pokken gestorven is.'

Een rechter probeerde de jury uit te leggen

Een rechter probeerde de jury uit te leggen dat de beklaagde niet noodzakelijk een leugenaar was omdat hij zijn getuigenis achteraf had gewijzigd.
"Bijvoorbeeld," zei de rechter, "toen ik deze morgen op de rechtbank aankwam, was ik ervan overtuigd dat ik m'n gouden uurwerk bij me had.
Maar toen herinnerde ik me dat ik het had laten liggen op het nachtkastje."
Toen de rechter 's avonds terug thuis kwam, vroeg zijn vrouw: "Waarom zo'n haast om uw uurwerk? Is het niet een beetje overdreven om drie mannen te sturen om het te komen halen?"
"Wat?" riep de rechter, "Ik heb helemaal niemand om mijn uurwerk gestuurd, laat staan drie personen! Vertel me wat er gebeurd is?"
"Ik heb jouw uurwerk meegegeven aan de eerste die kwam", antwoordde de vrouw, "aangezien hij precies wist waar het lag, dacht ik dat jij hem gestuurd had..."

Een familie is op vakantie in een dorpje in Frankrijk

Een familie is op vakantie in een dorpje in Frankrijk. Ze treffen het niet want vanaf de dag van aankomst regent het pijpenstelen. Als ze al zes dagen in hun hotel verblijven, wordt iedereen wat vervelend en chagrijnig. Op een gegeven moment wijst de jongste naar buiten.
'Vader kijk wat doet die man daar?'
'Lopen, dat zie je toch.'
'Maar wat draagt die man dan?'
'Die draagt hout,' antwoordt de vader kribbig.
'Waarom dan?' zeurt het jongentje.
'Zit niet zo te zeuren, zoon,' barst de vader uit. 'Die man gaat natuurlijk een ark bouwen.'