Een selectie moppen uit de moppentrommel

Nieuwsgierig Indiaantje

Een klein nieuwsgierig Indiaantje zit met zijn vader voor de tent.
'Pap,' vraagt het kleine ventje. 'Waarom heet mijn zusje Hijgend Hert?'
'Dat is simpel! Toen ze gemaakt werd, kwam er een hijgend hert voorbij.'
'En waarom heet de jongste dan Opgaande Zon?'
'Omdat toen zij verwekt werd de zon net opkwam. Maar waarom wil je dat eigenlijk allemaal weten, Scheurend Rubber?'

Wat is stoom?

'En Peter weet jij wat stoom is?' vraagt zijn leraar.
'Ja meneer,' antwoordt Peter. 'Dat is water dat kookt van woede.'

Een vrouw die er aan gewend is dat haar man altijd loopt te klagen

Een vrouw die er aan gewend is dat haar man altijd loopt te klagen als hij thuiskomt, is helemaal verrast als haar man fluitend thuiskomt en vraagt of ze met hem mee naar boven gaat. Boven aangekomen vraagt hij of ze zich uit wil kleden en of ze op haar hoofd voor de spiegel wil gaan staan. De vrouw gaat opgewonden op dit verzoek in. Zodra zij voor. de spiegel staat legt de man zijn hoofd in haar kruis, kijkt in de spiegel én roept klagend uit: 'Een baard staat mij ook al niet.'

Een deurwaarder belt aan bij de familie Zon

Een deurwaarder belt aan bij de familie Zon die al een hele poos achterloopt met het betalen van rekeningen. Marieke van zes doet open.
'Is je vader ook thuis?' vraagt de man vriendelijk. Het meisje antwoordt ontkennend.
'Is je moeder er dan misschien?' probeert de man.
Het meisje denkt even na en zegt dan: 'Nee meneer, die zit ook in de gangkast.'

Een man is op zoek naar een baan

Een man is op zoek naar een baan en stapt een arbeidsbureau binnen: 'Ik zoek een baan als metselaar.'
'En wat was uw vorige betrekking?'
'Ik ben minister geweest.'
'Maar waarom wilt u dan per se metselaar worden?'
'Ik heb eigenlijk nooit wat geleerd behalve het leggen van de eerste steen.'

De wonderdokter

Geïnteresseerd bekijkt een bejaard echtpaar het optreden van een wonderdokter op de
televisie.
'En nu,' zegt de wonderdokter, 'kunt u thuis mijn magische krachten uitproberen. Leg één hand op de beeldbuis en de andere hand op de zieke plek van uw lichaam.'
De vrouw legt een hand op de beeldbuis en de andere op haar buik. Haar man legt zijn vrije
hand in zijn schoot. 'Wat doe je nu?' vraagt zijn vrouw meewarig.
'Hij wil zieken genezen, niet de doden opwekken!'

Liesbeth zit huilend, met gescheurde kleren, langs de kant van de weg

Liesbeth zit huilend, met gescheurde kleren, langs de kant van de weg. De agent, die langswandelt, vraagt verschrikt wat er gebeurt is.
'Ik was aan het liften en toen ben ik aangerand!' snikt Liesbeth.
'Rustig maar,' probeert de agent haar gerust te stellen. 'Als je nou alles vertelt wat je van die vent weet dan vinden we hem vast.'
Liesbeth begint te beschrijven: 'De man was blond, heel knap, groot, en heel erg gespierd.'
'Ah, dat is al heel wat,' zegt de agent. 'Kun je misschien ook iets over de auto vertellen?'
'Hij reed in een zwarte Porsche, meneer.'
De agent schrijft het op en vraagt: 'Hoe was het nummer?'
Liesbeth wordt knalrood en stamelt: 'Fantastisch.'

Het ei van Columbus

Tijdens de geschiedenisles vraagt de leraar aan de klas: 'Wie kan mij vertellen wie Columbus was?'
'Dat was een vogel meneer.' antwoordt Peter.
'Hoe kom je daar nou bij?' vraagt de meester verbaasd.
'Iedereen praat toch altijd over het ei van Columbus.'