Een selectie moppen uit de moppentrommel

Een papegaai uit een sexclub

Een vrouw die al jaren een papegaai wil hebben, stapt op een dag de dierenwinkel binnen om eindelijk zo'n vogel aan te schaffen. De winkel heeft echter alleen nog maar een papegaai in de aanbieding die jaren in een sexclub heeft gewoond. De vrouw is echter op slag verkocht en koopt het dier.
Papegaaien hebben de gewoonte om aangeleerde woorden niet zo snel te vergeten en als de deurbel gaat, roept hij: 'Klanten, klanten.' Even later als de dochters van de vrouw uit school komen, schreeuwt hij: 'Verse meisjes.' Om zes uur komt de heer des huizes thuis en ook dit keer doet de papegaai zijn snavel open: 'Eindelijk een bekend gezicht.'

Een man komt een politiebureau binnenrennen

Een man komt een politiebureau binnenrennen en gooit een foto op de balie.
'Deze vrouw moeten jullie onmiddellijk opsporen,' roept hij uit.
De agent bekijkt de foto en zegt: 'Meneer maakt zeker een grapje.'

Drie poezen

Er zitten drie poezen zich te pletter te drinken aan de bar, omdat ze geen werk meer hebben:
1e poes : Ik zou graag bij Stabilac werken: 's morgens melk, 's middags melk, 's avonds melk.
2e poes : Ik zou liever bij Whiskas werken: 's morgens Whiskas, 's middags Whiskas, 's avonds Whiskas.
3e poes : Ik wil bij Jupiler gaan werken ...
De andere 2 poezen : Hoezo, Jupiler?
3e poes : Wel, 's morgens ne kater, 's middags ne kater en 's avonds ne kater

Rollen verdelen in het theater

Anita en Marie hebben elkaar al jaren niet meer gezien.
Nieuwsgierig vraagt Anita: 'Goh, hoe is het met jou? Wat doe je tegenwoordig?'
'Ik verdeel de rollen in het theater,' vertelt Marie.
'Dat lijkt me een hele moeilijke baan,' zegt Anita.
'Ach dat valt best wel mee,' antwoordt Marie. 'Op ieder toilet moet één rol hangen.'

Wat is politiek?

Een zoon vraagt aan zijn vader: Pap, wat is eigenlijk politiek.
Vader zegt: Jongen, dat is heel eenvoudig. Kijk, Ik breng het geld thuis, dus ben ik het KAPITALISME.
Je moeder beheert het geld, dus is zij de REGERING.
Opa ziet er op toe dat alles her ordentelijk verloopt. Hij is de OVERHEID.
Het dienstmeisje is de ARBEIDERSKLASSE.
Wij hebben allen maar een doel voor ogen namelijk jouw welzijn. Daarom ben jij het VOLK.
Je kleine broertje die nog in de luiers loopt is de TOEKOMST.

De zoon denkt na en vraag of hij er een nachtje over mag slapen.
´s Nachts wordt hij wakker omdat zijn kleine broertje in zijn luier heeft gepoept en vreselijk schreeuwt. Omdat hij niet weet wat hij moet doen gaat hij naar de slaapkamer van zijn ouders. Daar ligt alleen zijn moeder en die slaapt zo vast dat hij haar niet wakker krijgt. Daarom gaat hij naar de kamer van het dienstmeisje waar hij ziet dat zijn vader bij haar in bed ligt en ze zijn met hele vreemde dingen bezig. Hij ziet dat Opa onopvallend door het raam toekijkt. Ze zijn allemaal zo druk dat niemand merkt dat hij voor het bed staat. Daarom besluit de jongen onverrichterzaken weer te gaan slapen.

De volgende ochtend vraagt vader aan zijn zoon of hij met zijn eigen woorden kan uitleggen wat politiek is.
Ja zegt de zoon: Het KAPITALISME misbruikt de ARBEIDERSKLASSE terwijl de
OVERHEID toekijkt en de REGERING slaapt. Het VOLK wordt volkomen
genegeerd en de TOEKOMST ligt in de STRONT.

Een dame komt in rouwkleding de boekhandel binnen

Een dame komt in rouwkleding de boekhandel binnen. In haar hand heeft ze het boek: 'Honderd manieren om eetbare paddestoelen te bereiden'.
De boekhandelaar snelt op de dame af en schudt haar de hand: 'Gecondoleerd, mevrouw. De auteur heeft de fout inmiddels ontdekt en laten corrigeren.'

Bart en Sandra hebben weer eens ruzie

Bart en Sandra hebben weer eens ruzie.
'Als we gaan scheiden, mag ik het kind houden' schreeuwt Sandra.
'Hoe kom je daar nou bij?' antwoordt Bart. 'Als ik geld in een automaat gooi en er komt een pakje sigaretten uit, van wie is dan het pakje? Van mij of van de automaat?'

Een man die verzot is op motorrijden, overlijdt bij een ongeluk

Een man die verzot is op motorrijden, overlijdt bij een ongeluk. Hij komt bij de hemelpoort en Petrus vraagt hem wat hij het allerliefst mee zou willen nemende hemel in. De man hoeft niet lang na te denken en kiest ervoor zijn motor mee te nemen.
'Dat is goed zegt Petrus. 'Je mag alleen niet harder dan vijftig rijden in de hemel.' De motorrijder gaat er mee akkoord.
Op een dag toert hij wat volgens de afgesproken snelheid door de hemel, als er plotseling een motor aankomt rijden die wel honderdvijftig km/u rijdt.
De man rijdt verontwaardigd door naar Petrus en vraagt: 'Dat is ook mooi, je hebt duidelijk tegen mij gezegd dat niemand harder rijdt dan vijftig km/u in de hemel en nou wordt ik net ingehaald door iemand die wel honderdvijftig reed. Hoe kan dat nou?'
'Ach,' antwoordt Petrus. 'Je hebt gelijk. Maar ja, dat was het zoontje van de baas.'